Spectaculair

Ze maakt dat ze wegkomt.“Nu even een doodgewone braderie”, roept ze opgewonden naar de vriendin die over de dijk voor haar uitloopt. Alsof ze toch nog twijfelt aan haar eigen teleurstelling klampt ze een vrijwilliger aan met de vraag hoe andere bezoekers reageren. “Heel wisselend”, zegt de jongen kalm. “De een vindt het niks, de ander vindt het fantastisch.” De vrouw, smalend: “Maar wát vinden ze dan zo fantastisch?”

De ‘Spectaculaire Voorstelling’ van Toneelgroep Oostpool is het meest omstreden programma-onderdeel van het Oerolfestival. Makers Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot spelen met de verwachtingen van het publiek, met het vermogen van mensen om letterlijk toeschouwer te zijn, met de amper te stillen honger naar nóg meer sensatie en unieke ervaringen – ook in het theater. Op een parkeerplaats bij de ingang van natuurreservaat De Boschplaat, op de uiterste oostpunt van Terschelling, leveren acht acteurs een loodzware inspanning. Met twee tribunes in de eigenlijke hoofdrol.

Kort nadat de beide vrouwen boos zijn weggefietst spreekt Suzan Boogaerdt ons toe. Wat we gaan zien laat zich het beste bekijken in stilte. We mogen ons alvast op het pad opstellen. Na een paar minuten wachten komt een dame met een paarse zonneklep uit de rij naar voren en eist van de vrijwilliger uitleg. “Waarom moet dit zo lang duren?”, bitst de vrouw. “We staan al de hele tijd voor paal”. Iemand veronderstelt dat het erbij hoort. “Misschien is dít de voorstelling.”

Dan worden we toch naar de speelplek geleid. Verrast door het applaus van de volle tribune aan de overkant zoeken we een plek op de lege houten banken. Even zitten we zo tegenover elkaar, de ingewijde toeschouwers en zij die nog idee hebben van wat er komen gaat. Aan de overkant wordt eerst nog gelachen, het lijkt op ontlading. Bekenden zwaaien elkaar toe. Een man aan onze kant heeft moeite met de stilte die vervolgens intreedt. “Lekker weertje!”, roept hij. Dan stroomt de tribune aan gene zijde leeg en zijn wij op de onze overgeleverd aan de omgeving, de verrichtingen van acht stoere mannen en vooral: onszelf.

Ook wie nog niks van de ophef had meegekregen begrijpt snel met welk schouwspel we hier te maken krijgen. Een van de acteurs maakt een plank los, de volgende nog een, en zo zullen ze de lege tribune afbreken op dezelfde manier als ze eerder die van ons hebben opgebouwd. Geconcentreerd, zwijgend en in een bijna ritmisch samenspel. Zwetend, ook. Wie hoopt op slapstick – het gezeul met de planken schreeuwt er bijna om – moet genoegen nemen met een schroef die naast een emmer valt. Het geratel van een dopsleutel vermengt zich met het gekrijs van meeuwen. Op het erf van een boerderij verderop kraait een haan. Op de dijk passeert een enkele fietser. Een vrouw smeert zich in met zonnebrandcrème.

Mindfulness mag voor het überbewuste Oerol-publiek een vertrouwd begrip zijn, hier leveren sommigen eerder strijd met dat ‘hier en nu’. De man naast mij haalt na amper tien minuten zuchtend zijn telefoon uit zijn broekzak. Zijn partner trekt verontwaardigd haar arm van zijn schouder. Hij stopt de mobiel weer terug en krijgt een kroelende hand in zijn haar als beloning. Wanneer even later iemand de tribune verlaat klapt de man zachtjes in zijn handen. Een vernietigende blik is nu zijn straf.

Hij ziet niet wat ik zie. Wat ’n mooi ding zo’n tribune eigenlijk is. Hoe ingenieus haar constructie. Hoe wonderschoon de plek is waar we zitten. Hoe geniaal in haar eenvoud dit concept is. Hoe doeltreffend ook, want merkbaar ontregelend. En geestig vooral. Hoe aandachtig ben ik zelf, wanneer ik de interactie van het stel naast mij tot in elk geërgerd gebaar waarneem?

Tijdens het applaus houdt de man zijn handen demonstratief in de zakken. Bij de fietsenstalling wordt volop gediscussieerd. Kregen we waar voor ons geld? “Het was in elk geval onvergetelijk”, zegt iemand.

 

Laat wat van je horen

*