Bowie-mania in Berlijn

bowie

Toen David Bowie zijn heil kwam zoeken in Berlijn was ik veertien. Net zo oud als Christiane F. die op hetzelfde moment haar eerste schreden richting verderf zette. In de Berlijnse cultbios Lichtblick Kino zie ik hoe ze de 14 kaarsjes op haar verjaardagstaart uitblaast, voordat ze weer gaat tippelen rondom Bahnhof Zoo.

Het boek had ik destijds gelezen, maar de beklemmende biopic die er in 1981 van Christiane F., wir Kinder vom Bahnhof Zoo is gemaakt nog nooit gezien, ook al schijnt –ie integraal op You Tube te staan. Nu pas, in het kneuterig-obscure filmzaaltje aan de Kastanienallee, ervaar ik hoe Bowie’s muziek de film voortdrijft. Met de vier noten van het pianothema uit Sense of Doubt als sinistere oorwurm.

Erotische fantasie

Dat de grote Bowie-tentoonstelling uit het Victoria & Albertmuseum in Londen naar de Duitse hoofdstad  is verhuisd maakt de Berlijnse periode van de ‘Starman’ opnieuw actueel. Niet alleen Lichtblick, maar ook bioscoop Babylon heeft een speciaal programma (‘I’m back’) en de Bowie-rondleidingen in de stad zijn populair. In Der Tagesspiegel adverteert Radio Eins met de ontboezeming van een luisteraarster: ‘David Bowie was de hoofdpersoon in mijn allereerste erotische fantasie’.

Vijftien maanden slechts woonde Bowie in het toen nog gedeelde Berlijn, maar hoe groot het effect daarvan op de popmuziek is geweest wordt me tijdens de filmmarathon in Lichtblick nog eens ingepeperd door de handvol muziekcritici die aan het woord komt in de Britse documentaire David Bowie, Under Review 1976-1979: The Berlin Trilogy. Een mondvol voor wat toch vooral een parade van pratende hoofden is. Bowie’s klassiekers worden met dodelijke ernst geanalyseerd: ‘Je hebt new wave, je hebt old wave en je hebt Bowie’.

Leunstoel

Die trilogie, dat zijn de albums Low (voor mij met terugwerkende kracht een ontdekking), Heroes en Lodger. Voor het gemak tot Berlijnse drie-eenheid gesmeed, zoals ik later lees in een kritische recensie over de documentaire. In werkelijkheid is alleen Heroes (1977) volledig in Berlijn opgenomen. Maar ook de heren critici nemen in de film hun autoriteit graag te baat om het Berlijnse gehalte van dit drieluik te relativeren. Het is grappig om deze middelbare mannen in degelijke overhemden met korte mouwen en vanuit een leunstoel over Bowie te horen oreren als de vleesgeworden vernieuwing.

Gelukkig is daar ook nog Paolo Hewitt, ex-journalist van het blad New Musical Express en schrijver van een stuk of 20 (muziek)boeken. De combinatie van zijn bloempotkapsel, kanariegele vest en blote kuiten leidt nogal af, maar zijn klare taal en oprechte afgunst zijn hilarisch. “Jongens als Bowie zijn de luckiest fuckers. Those bastards worden wakker en die muziek zit gewoon in hun hoofd!”  Het volgepropte zaaltje – opvallend veel twintigers en dertigers – barst in lachen uit.

Vrijheid

Wat de artiest zocht en vond in Berlijn was vooral vrijheid, bevestigen de deskundigen in de film. Hij kon er loskomen van zijn Amerikaanse nachtmerrie, de strijd aanbinden met de cocaïnegestuurde wanen,  zijn privé-leger van buitenissige personages ontmantelen en zichzelf opnieuw uitvinden. “In Duitsland was heel veel muziek, maar geen business”, vatte Ashra- voorman Manuel Göttsching – godfather van de Kosmische Musik –  het in een interview na afloop samen.

Dat David Bowie in Berlijn de moed vond om al zijn decorstukken en kostuums bij het vuil te zetten, zoals Rory MacLean schrijft in zijn boek Berlijn – Een bewogen geschiedenis is overdreven. Op de tentoonstelling in de Martin-Gropius-Bau wemelt het ervan. Bowie’s carrière wordt er gepresenteerd als het Gesamtkunstwerk dat zijn actieve loopbaan was, inclusief de overvloed in ongeveer alles– of het nou zijn inspiratiebronnen zijn of de ontelbare gedaanten die hij in de loop der jaren heeft aangenomen.

Dagboek

In het multimediale spektakel zijn het juist details die blijven haken. Bowie die vertelt dat hij letterlijk de enige in zijn hele familie is die níet in aanraking is geweest met een psychiater. Dat zijn kunstenaarschap hem blijvend zou beschermen bleek te optimistisch, maar gelukkig was daar dus Berlijn om hem in zijn geheel als privékliniek te dienen. En een dagboekaantekening van 30 januari 1975: ‘Ben gelukkig. Een prachtig nummer is Fame geworden, het eerste dat ik samen heb geschreven met Lennon, een Beatle, over mijn toekomst.’

Met Heroes onbetwist als zijn grootste triomf. Het titelnummer van het gelijknamige album klinkt in een live-uitvoering door de koptelefoons van de – in dit geval  onmisbare – audiotour. Een feest, zeker met de levensgrote videobeelden rondom, en de originele kostuums voor je neus. Bij vlagen, als met name vrouwelijke bezoekers zich niet kunnen bedwingen, verandert de museumzaal in een ‘stille disco’.

Wondermachine

Voor de Martin-Gropius-Bau kreeg de tentoonstelling een Berlijnse uitbreiding. Veel foto’s, onder meer van de Hauptstrasse in Schöneberg waar hij de buurman was van Iggy Pop. Maar ook schilderijen die Bowie in die tijd maakte, werk van Duitse expressionisten die hem inspireerden en de koffersynthesizer die Brian Eno hem schonk met het advies er goed op te passen, opdat de wondermachine ongekende geluiden zou blijven produceren. Van een flirt met nazi-symbolen – waarvan de zegsmannen in de documentaire nog besmuikt gewag maakten – is hier niets terug te vinden.

Elton John

Bij alle audiovisuele geweld zou je het hoogtepunt van de expositie – althans wat mij betreft –  makkelijk over het hoofd kunnen zien. Letterlijk, want het is de Siamese kaboutertweeling van stof die zo’n prominente rol speelt in de videoclip van Where are we know?, van het nieuwe album The Next Day waarmee Bowie de wereld vorig jaar verraste. In de clip met de hoofden van Bowie en een vrouw erop geprojecteerd, hier met Bowie in duplo, als om het belang van de Berlijnse loutering te benadrukken. Het breekbare lied ademt reflectie en twijfel, maar ook vertrouwen. Wat maakt het uit op welk punt je je bevindt? ‘As long as there’s fire.’ Zoals we hem eerder in de expositie al hoorden relativeren: ‘Soms, wanneer de echte Bowie de poseur beschouwt, denk ik wel eens: Als het even anders was gelopen had ik ook als Elton John kunnen eindigen.’

De tentoonstelling in de Martin-Gropius-Bau duurt tot 10 augustus en is vanaf december 2015 te zien in het Groninger Museum.

Een video over de Berlijnse jaren van David Bowie:

 

 

Laat wat van je horen

*