Captain

 

Hij is van goede wil, de chauffeur van buslijn 170 richting Centraal Station. HIJ wel. Dat is wat hij uitstraalt, op zijn met een stuurwiel uitgeruste troon. Ben ik vergeten uit te checken met mijn ov chipkaart, vier uur eerder die middag? “Kan gebeuren. Dan gaan ze dat gewoon allemaal van uw rekening schrijven mevrouw. Maar u kunt nu wel zonder problemen bij mij inchecken.”

Het is spitsuur en ik blijf noodgedwongen naast hem staan. Een jonge vrouw dringt zich naar voren, laat haar ov-kaart zien en legt een papieren ticket op het betaalplateautje. “Hij zat gewoon in m’n tas.“ De chauffeur heft de handen ten hemel en zegt met zijn hese stem: “Ik mag uw kaartje niet terugnemen mevrouw. Daar zijn collega’s om ontslagen”. Ze kijkt hem glimlachend aan. “Ik zal het niet verder vertellen.” ”Daar hangt de camera”, wijst hij achter zich. De vrouw zwaait de ov-kaart heen en weer voor de donkere glazen bol. Alsof ze daarin een GVB-beambte goedkeurend heeft zien knikken zegt ze, nog steeds glimlachend: “Zo, het is in orde”. Zuchtend legt hij het muntgeld neer.

De deuren sluiten zich, pal voor de neus van een man die vervolgens meerent met de ruw optrekkende bus. Bij het rode verkeerslicht 100 meter verderop klopt hij glimlachend op de deur. “Er wil nog iemand in”, wordt er geroepen. “Ik was al weg bij de halte”, roept de chauffeur terug.

Op de Overtoom gaat zijn neuriën over in een krassend zingen. “Una paloma blanca, I’m just a bus on the road”, raspt hij. Ik glimlach flauwtjes, wat ik beter niet had kunnen doen. “Twee jaar geleden hebben ze een poliep op mijn stembanden ontdekt. Ik hoefde me geen zorgen te maken. Ik vind het eigenlijk wel sexy”.

Al een paar keer heeft hij iets omgeroepen wat ik niet als relevante reisinformatie kan thuisbrengen. Nu versta ik het wel: “Cabin crew take your seats please”. De jongen die net is ingestapt lacht meewarig. “Zit het er bijna op voor vandaag meneer? Nog even volhouden dan maar”. Op de rechte Haarlemmer Houttuinen geeft de chauffeur stevig gas. “Cabin crew prepare for landing”.

Vlak voor het eindpunt is er nog een halte, opnieuw bij verkeerslichten. De bus stopt voor rood, de dame die staat te wachten maar niet weet dat dat op een andere bus is, doet een stap naar voren. Haar neus raakt bijna het glas van de deur, de chauffeur kijkt opzij, ze glimlacht al dankbaar naar hem, maar dan schuift ze uit beeld. In een flits zie ik hoe ze mij nog verbijsterd aankijkt. De chauffeur krast het hoogste lied. Bij het Centraal Station haalt hij de microfoon nog wat dichter naar zich toe. “KL5238 has landed. Welcome to Paramaribo.”

 

Laat wat van je horen

*