Hondenmand

“Moi”, begroet Daniël Lohues zijn publiek in de verbouwde schouwburg in Lochem. “Moi”, echoot de zaal terug.  “Wat hebt jullie ’t mooi kreeg’n”, complimenteert hij. Het zijn de rituelen van een visite onder bekenden, en dat is ook precies de sfeer waarin deze avond zich zal voltrekken.

De dame links van mij stemt ermee in door vanaf de allereerste maten (‘Zo geet de tied’) zachtjes met haar hoofd mee te wiegen. Ze zal dat tot de laatste noot volhouden. Ter rechterzijde schuift in de laatste minuut Hennie aan, die, verklaart ze met gepaste trots het naambordje op haar revers, vanavond haar debuut beleeft als gastvrouw. In de geest van Lohues: dat had ze slechter kunnen treffen.
Zelf heeft de Drentse troubadour ook een metamorfose ondergaan. Hij blijkt tegenwoordig in het bezit van een baard in de categorie zeebonk. Zijn postuur vertoont een bijpassende lijvigheid, die ook door een zwart polo-shirt niet meer is af te kleden. Eveneens veranderd: zijn opvatting over de bejegening van de onsympathieke  medemens. Aardig doen, omdat zij die aardigheid het hardst nodig hebben,  “het werkt van geen kant”, haalt Lohues zijn eigen liedje onderuit. “Ze gaan alleen maar nog onaardiger doen.” Dus is er nu een nieuw nummer. ‘A’j joe vekleden as schoap komm’n de wolven joe noa’. Het reggaet stevig en schrijnt zachtjes.
Veel andere liedjes uit vorige programma’s blijken nog altijd meer dan bruikbaar, tot en met de ode aan jeugdliefde ‘Annelie’ (van de cd Allennig uit 2006). Maar bijvoorbeeld ook het ingetogen ‘Pries de dag nie veur ’t oabend is’, waarin die tegelspreuk tot levenswijsheid wordt. Zo is dit programma Ericana een organische mix van ouder en gloednieuw repertoire.

Dat laatste werd voor de gelijknamige cd opgenomen bij Lohues thuis in Erica, letterlijk aan de keukentafel, waarmee een oude droom in vervulling ging. Naar het voorbeeld van Bob Dylan en The Stones, zoals hij met ironie opmerkt. Het liefst hadden we ons tijdens de opnames natuurlijk allemaal als vliegen boven die keukentafel opgehouden, maar door zijn beeldende manier van verslaggeving gunt Lohues ons tenminste een blik door het venster.

Ook in die verbindende teksten manifesteert hij zich als de onderhoudende gastheer, die zijn bezoek een ruimhartige kijk in zijn wereld biedt. Of het nou over gemoedstoestanden gaat (‘gramieterug’), een nachtelijk avontuur met een auto of over de schoonheid van het landschap. Lohues tipt ons enthousiast over het Weiteveen, en het collectieve voornemen om daar eens te gaan kijken wordt in de zaal bijna tastbaar. Zijn verhalen gaan  – met soms onnavolgbare overgangen – van onnadrukkelijk diepzinnig naar onbedaarlijk grappig.  “Ik wist niet dat hij ook conferences deed”, zegt de gastvrouw die na de pauze de plek van Hennie inneemt, in het kader van een eerlijke verdeling van de lusten die aan deze vrijwilligersbaan zijn verbonden.

Wat die lege hondenmand daar onder de vleugel doet, anders dan de sfeer van huiselijkheid onderstrepen, blijkt wanneer Lohues de (denkbeeldige) aanschaf van een hond bezingt. Een betere remedie tegen de eenzaamheid dan een vrouw. Slotzin: “En dan komp ‘e weer binnen en dan zeg ik: moi hond.”

 

Ericana, door Daniël Lohues, Guus Strijbosch, Bernard Gepken.  Gezien donderdag 14 februari, schouwburg Lochem.
www.lohues.nl

Laat wat van je horen

*