Lucht

Het bromde, humde, zuchtte, schreeuwde, neuriede, murmelde, suisde. En steeds wanneer je dacht dat je het van alle kanten had gehoord werd het uit nog weer een andere richting aangevoerd. Van fluisterzacht tot luidkeels, maar altijd overrompelend.

De grote zaal van het Rabotheater ademde zaterdagavond tot  in alle hoeken geluid. Vijf professionele zangers en zo’n 100 amateurs uit Hengelo en omstreken, onder wie ook enkele talentvolle jongeren, voerden onder leiding van Merlijn Twaalfhoven een compositie van diens hand uit. Het was meer dan zingen, laat staan dat het iets te maken had met een klassiek koorconcert. Des te overtuigender toonde het aan wat muziek in de meest basale vorm teweeg kan brengen.

Vanwege zijn community art-achtige projecten werd Twaalfhoven vooraf bestempeld tot een man van het grote gebaar. Tijdens de uitvoering had hij aan de kleinste beweging van zijn handen, en soms van een vinger, genoeg om een stormvlaag te ontketenen en die het volgende ogenblik weer in het niets te laten wegebben. De frèle musicus leek elke stem aan een touwtje te hebben, maar tegelijkertijd voelde je ook de ruimte die hij elke zanger gunde.

De amateurs zaten in de zaal, wat de verrassingen versterkte. Hoorde je daar degene voor je nou wel of niet zingen? Het effect verdween ook niet toen de zangers eenmaal in beweging kwamen en zichzelf daarmee ontmaskerden. Een schijnbaar willekeurig deel bewoog zich op dat moment in de richting van het podium, maar voordat zich ook maar een begin van een kooropstelling zou kunnen aftekenen trok iedereen zich terug en ging weer op in de zaal. Of in een nieuw geheel dat uit de wonderlijke choreografie van Twaalfhoven voortkwam.

Zo leek zich gaandeweg een levend organisme te ontwikkelen, een indrukwekkend maar totaal ongevaarlijk monster dat nu eens de ene en dan weer de andere kant uitstulpte, zijn tentakels tot aan het balkon liet reiken om vervolgens weer helemaal uit te vloeien. Al was het beeld van een kruis dat een toeschouwer na afloop schetste, ook sterk: de verticale lijn voor de beweging van hoog naar laag en de horizontale lijn die alle mensen en culturen verbindt.

Het sloot ook mooi aan bij de teksten, die op een poëtische manier vooral levenskracht en verbondenheid uitdrukten. “Gedachten drijven op mijn adem”. En: “Deze woorden, een beetje adem, niets dan lucht, een zucht van leven”. Een enkele wat meer obligate opwekking zat er ook tussen (“Come and join us, dont be timid, in this music there’s no limit”), maar uiteindelijk bleef toch vooral dat andere mantra nog lang nazingen. “Geef me dit moment, het is nu tijd.”
The air we breathe, o.l.v. Merlijn Twaalfhoven, gezien 2 maart 2013 Rabotheater Hengelo.
 

Laat wat van je horen

*