Opera

 

Vijf minuten voor aanvang laat ik me in de voor mij bestemde stoel zakken. Bijna vier uur opera voor de boeg en naast mij zit een man die uitbundig  naar zweet ruikt. Ik reken erop dat Wagner voldoende afleiding zal bieden en concentreer me op wat ik zie en hoor.

Het is zo overweldigend dat de eerste pauze onverwacht snel komt. Mijn trek gaat de exquise schilderijtjes van het horeca-arrangement na deze gewone werkdag ver te boven. Ik besluit straks in de lange pauze buiten de deur te eten en nu een aperitief te nemen in het café op de hoek. De bardame daar bespeurt dat ik graag vlot wil worden geholpen en schiet in de reflex die daar in de Nederlandse horeca bij schijnt te horen. Eerst maar eens uitgebreid de tijdschriftentafel geschikt, alvorens met de grootst mogelijke aandacht het gevraagde bokbiertje te tappen.

Gezelligheid kost veel tijd.  Ik heb bij het verlaten van het Muziekkwartier verzuimd op de klok te kijken. Wanneer ik na een geschat half uur weer buiten het café sta zie ik in de foyers alleen nog horecapersoneel  rondrennen. Via de draaideur loop ik in de armen van de dame die de stand van de Vrienden van de Nationale Reisopera bemant. Met de superioriteit van de kenner laat ze me weten dat er geen sprake van kan zijn dat ik nog naar binnen mag.  “Aan de andere kant zijn mensen met koptelefoons”, wijst ze. In mijn onnozelheid verwacht ik daar een medewerker met een ‘oortje’ die me naar een laatkomersplek kan loodsen, maar bij de kassabalie zie ik wat de behulpzame vriendin van de Reisopera bedoelt. Ik mag aanschuiven bij een stel dat met hoofdtelefoons op naar een beeldscherm zit te kijken.  In de verte bewegen twee figuurtjes zich in wat een blokhut lijkt. De vrouw naast me kijkt me met de glimlach van lotgenoten onder elkaar aan. “Wij waren ook  vijf minuten te laat.”

Zelfs met de volumeknop voluit is het logistieke geredder rondom duidelijk hoorbaar. Glazen rinkelen, er wordt met tafels geschoven. Op het moment dat Brünnhilde (we gokken dat zij het is) haar dramatische entree maakt heeft een medewerker achter ons telefonisch contact met een zieke bekende.  “Hallooo, ik wou eem hoorn hoe ’t is met de pasjent”.

Na een poosje voegt zich nog een vrouw bij ons. “Ik kreeg buikkramp en moest naar de wc”, verklaart de keurige dame bijna schuldbewust.  “Gelukkig zit ik aan de buitenkant,  in dezelfde rij als u. We vroegen ons al af waar u was gebleven.” Eindelijk is het tweede deel ten einde. We nemen vrolijk afscheid en ik spoed me met mijn hongerklop naar de Oude Markt.  De serveerster is attent én snel, zodat ik royaal vóórdat de Walküre op het podium verschijnen mijn  plek in de zaal weer inneem.
Het stel naast mij heeft van stoel gewisseld.

6-10-2010

Laat wat van je horen

*