Steunkousen

Ze parkeert haar rollator in het pad tussen de kerkbanken, precies daar waar de musici elk moment hun entree kunnen maken. De twee dames die haar daar op attent maken krijgen een niet-begrijpende blik toegeworpen, maar wanneer ze het ding verplaatsen laat ze ze hun gang gaan. “Hè, hè”, verzucht ze in mijn richting, kennelijk blij dat ze zit. Met een zakdoek dept ze haar mondhoeken. “Ik dacht, ik kan nog mooi een hapje eten voor die tijd. Maar de taxi deed er een uur over. Ik heb m’n eten echt naar binnen moeten proppen.”

Het is haar eerste keer bij het Stiftfestival in Weerselo. Ze woont een stad verderop, maar “andere jaren mankeerde ik iets,of er was iets anders.” Ze wijst op haar benen. “Ik ben enorm opgeknapt van die kousen. Nou ja, ik verbeeld me dat het daardoor komt.”  Het was nog een hele toer om een kaartje te regelen voor dit lunchconcert, meldt ze. “Ik las over het festival in de krant, maar daar stond geen telefoonnummer bij en ik heb geen computer. Ik heb de krant gebeld, waar ze me doorverwezen naar een webwinkel. Daar wisten ze van niks. Afijn,het heeft me een heleboel telefoontjes gekost. “

Ze zet één van de twee brillen die aan koordjes rond haar nek bungelen op en inspecteert het programma.“Ha, de Cogas!”, zegt ze met haar vinger bij de sponsorlogo’s. “Iedereen roept maar steeds dat je moet overstappen omdat dat goedkoper is. Weet je wel hoeveel geld de Cogas aan kunst geeft,  zeg ik dan.Tentoonstellingen, en dit hier.” Ze kijkt me met een priemende blik aan. “Zit u ook bij de Cogas?”

Ik word gered door voorzitter Bram Hulshof van de Raad van Toezicht. Zijn oproep om vriend te worden van het festival ontgaat haar. “Iets harder!” roept ze. De dames naast haar krimpen ineen. Wanneer fluitiste Janne Thomsen zich nog zachter én in het Engels tot het publiek richt geeft ze het op.

Ze zal een groot deel van het concert de programma-flyer met twee handen onder haar ogen houden. Alsof ze daar een verklaring zoekt voor de ongehoorde schoonheid van de muziek, die de kerk doet zinderen. Maar het kan evengoed zijn dat ze zich geen houding weet te geven, of de tijd wil doden. Pianiste Natacha Kudritskaya streelt vier delen uit Janácek’s  ‘Op een overwoekerd pad’ uit de vleugel tevoorschijn, geschreven na het overlijden van zijn dochter. Sentiment van het ragfijne soort.
Ik ben sprakeloos, maar van rechts klinkt weer opgewekt commentaar. “Mijn kleindochter wilde eerst ook naar het conservatorium. Nu is ze leraar Duits. Met de viool is ze helemaal gestopt. Jammer, ja. Maar het kost veel tijd hoor, muziek.”

Vóór de gloedvolle finale met de Serenade van Dohnanyi neemt violist en artistiek leider Daniel Rowland alvast afscheid van het vervoerde publiek. “Misschien zien we u vanavond weer”. Mijn buurvrouw wijst opnieuw naar haar benen en schudt mistroostig haar hoofd. “Ze komen me die dingen altijd om negen uur al uittrekken.”

 

 

Laat wat van je horen

*