Tom en Tim

Mijn brievenbus is verdwenen. Met alle post die er in zat. Plus de adressen van afzenders én geadresseerden. Geen icoontje meer op het bureaublad van mijn computer, de software nergens meer te vinden, laat staan dat er nog ergens een mailtje is achtergebleven. Outlook is spoorloos.

De gratis helpdesk van de firma Ziggo is er alleen voor de categorie ‘heeft u het modem en de router al even uitgezet?’ en verwijst mij door naar de afdeling Service-Plus, te bereiken via de website ikwilgoedeservice.nl.

Daar houdt Maikel mij 45 minuten met vriendelijk Brabantse tongval aan de praat, minuten die 65 eurocent per stuk kosten, waarvoor hij dan wel mijn desktop even overneemt en ik ondertussen mag meegenieten van de jolige kantoorhumor op de achtergrond. Maikel snapt er na drie kwartier joyriden niks van, en twee collega’s die hij erbij heeft geroepen al evenmin: “Ze staan hier zoals in een strip met een vraagteken boven hun hoofd. U moet wel even Norton raadplegen want het lukt niet om uw geavanceerde Sonar te activeren. Nee, dat is niet de oorzaak van het probleem met de mail. Dan rest mij niks anders dan u toch nog een prettige dag te wensen!”

Potloodje
Bij Norton geraak ik tegen wil en dank in een chatsessie, maar als ik mijn mail ermee terugkrijg wil ik me wel even blootstellen aan ‘ondersteuningsmedewerker’ Tom. Zijn verpletterende openingsvraag: “Hoe lang heeft u dit probleem al?” Tom wil zich ook even over mijn pc ontfermen. Het is volkomen veilig, verzekert hij. Hij ziet er heel betrouwbaar uit, met zijn blauwe vest en keurige zwarte coupe. Op het plaatje in het chatvenster draagt hij ook een headset, alsof hij met mij praat.Maar Tom schrijft, en als hij dat doet krijg ik de melding: ‘Tom typt een bericht.’ Naast zijn hoofd begint dan een minuscuul potloodje te trillen.Tom zelf blijft roerloos zitten.

Zaaknummer
Bij mijn verhaal over de verdwenen mail deinst hij virtueel terug. “Dat is heel vreemd en durf ik u helaas niet te verklaren.” Ik heb ergens de term liveperson voorbij zien komen maar ik begin nu ernstig te twijfelen of ik hier wel vlees en bloed in de kuip heb. “Ik ga deze sessie doorzetten naar een technische collega’, dankt Tom mij plompverloren af. Ach, hij is alleen maar aangenomen om de firewalls te sausen. Ik ben hem al bijna vergeten als het potloodje weer beweegt. “Ik geef nog even een zaaknummer, voor toekomstige contacten.”

Klerenkast
De technische collega ziet er identiek uit maar heeft wel een achternaam. Hij heet Tim Bougie. Verder heeft Tim geen tijd voor grapjes. Razendsnel en zwijgend keert hij mijn pc binnenstebuiten, goochelend met geheimzinnige bestanden – ik onthoud netman, rasman, legacy volsnap – en onderwijl speurend naar indringers als infostealer (powered by NSA?) en hacktool. Het is alsof een wildvreemde je klerenkast uitmest en ondergoed vindt waarvan je niet wist dat je het had. Het potloodje roert zich. Niks bijzonders aangetroffen en de Sonar doet het weer, anders nog iets? Ik vraag Tim of hij nog een advies heeft om Outlook boven water te krijgen. Hij mompelt iets over backup, laat zijn zaaknummer achter en maakt zich haastig uit de voeten, met een onverwacht veelbelovende afscheidsgroet: “Tot uw dienst en wellicht tot ziens!”

We zijn aan de goden en Tim Bougie overgeleverd.

Laat wat van je horen

*