Zomergasten-light

Het publiek bij de locatievoorstelling Zomergasten van ’t Woud Ensemble wordt in stijl in de watten gelegd. Water en wijn op de tafels, fleece plaids die het ook prima doen als kussen op de charmante houten klapstoeltjes. Acteur Ad van Kempen neemt in een komische proloog de procedure door voor het geval het zo hard gaat regenen dat de uitgedeelde regenponcho’s  niet toereikend zijn.

De toon is gezet. Zoals Van Kempen zegt in zijn rol van Sergej Basov: “Ongedwongenheid is één van de attracties van het buitenleven”.’t Woud Ensemble voegt daar lommerrijke en exclusieve  speelplekken aan toe, zoals op deze première-avond de binnentuin  van de Hermitage aan de Amstel, waar een light-versie van het stuk van Maxim Gorki tot leven komt. Ook met die bewerking (Mart-Jan Zegers) wordt het ons makkelijk gemaakt: drie in plaats van minstens dertien personages en van de uren die het origineel in beslag kan nemen is er krap één over.

Dan nog: zelfs de kortste zomeravond kan licht ontaarden. Temperatuur, drank, verveling, al dan niet gewenste interactie, onderhuidse spanningen  – een explosieve sfeer bouwt zich soms even snel op als een hitte-onweer. Gorki  schreef het stuk in 1905, aan de vooravond van de Russische revolutie, als een aanklacht tegen de ledigheid van de nieuwe rijken. Zoals Sergej Basov,zijn vrouw Barbara (Marian Mudder) en de schrijver Jakov Sjalimov (Johnny Kraaijkamp jr) onder de oude kastanjeboom het menselijk tekort vooral aan elkáár toeschrijven zouden ze ook bezoekers van een hedendaags tuinfeest kunnen zijn.

Een flierefluitende ondernemer in ruste (“Wij hebben genoeg ontberingen gekend. Je kunt het ons niet kwalijk nemen dat we ervan willen genieten”), diens gefrustreerde eega – het prototype van ‘het beste meisje van de leesclub’  – en een schrijver die zijn eigen populariteit (terecht) wantrouwt. Want:  amusement  heeft de verdieping verdrongen.“Tegenwoordig moet de kunst aantonen dat het leven zelf een kunst is.”

Een kunst die ze geen van drieën verstaan. Zoveel wordt wel duidelijk. Al was het maar omdat de acteurs erg hun best doen zich zonder versterking verstaanbaar te maken. Helaas krijgt de forcering daardoor de overhand. Ook het tempo lijkt eronder te lijden. Op momenten dat met name Kraaijkamp nuance aanbrengt is hij op de achterste rijen prompt niet meer te volgen. Desondanks slaagt hij er het best in zijn getergdheid invoelbaar te maken, met vileine humor ook nog. En dan te bedenken dat hij de rol letterlijk te elfder ure heeft overgenomen. Barbara benoemt haar tristesse, Sergej de zijne (“Achter grappen verberg ik slechts mijn hartezeer”), maar daarmee schrijnt het nog niet. Zo verdient de tragiek onder Mudder’s levensechte zeuren meer kans.

Wanneer Barbara in het bijzijn van haar idool een van haar eigen pennenvruchten voordraagt is het commentaar van de schrijver: “Heel aangenaam. Als bessensap op een hete dag”. Haar man: “Laten we drinken op het moment dat waarheid heet.”  Hét moment van de waarheid wil maar niet aanbreken.“Niemand begrijpt de ander.En wil dat ook niet”,zegt Sjalimov tenslotte. Als dat waar is biedt deze voorstelling alles voor een ideale zomeravond buiten.Wie deze mensen wel zou willen begrijpen blijft misschien achter met de nasmaak van bessensap. Nog een glas wijn dan maar?

www.toneeloplocatie.nl

Laat wat van je horen

*